Natuurlijke middelen - Visolie
Visolie en ADHD
Omega-6 en omega-3 vetzuren spelen een centrale rol in de normale ontwikkeling en het functioneren van de
hersenen. Dit geldt in het bijzonder voor EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur), beide een
onderdeel van omega-3 vetzuren. Zij zijn beide betrokken bij talrijke neurologische processen. “Tekorten
aan deze vetzuren, niet alleen tijdens de ontwikkelende fase van de hersenen, maar gedurende het hele leven
van een mens, hebben een significante invloed op de hersenen”, aldus onderzoekers van de Leibniz University
in Hanover. Talrijke studies hebben een verband gelegd tussen stoornissen bij kinderen (in de ontwikkelende
fase van de hersenen) en een onbalans tussen de verhouding omega-6: omega-3 vetzuren.
Een goed voorbeeld daarvan is ADHD (attention-deficit hyperactivity disorder). Hyperactiviteit bij kinderen wordt vaak in verband gebracht met een tekort aan omega-3 vetzuren, in combinatie met een teveel aan omega-6 vetzuren. Deze ‘onevenwichtigheid’ of onbalans kan vervolgens een potentiële risicofactor met zich meebrengen.
Een onderzoek gepubliceerd in Neuropharmacology (2009) toont aan dat de inname van omega-3 vetzuren effect heeft op kinderen met ADHD. In 2009 werd bij 46 adolescente jongens met ADHD-symptomen, door midel van een EEG-scan de invloed van omega-3 vetzuren getest op hun hersenactiviteit. Dit onderzoek toonde aan dat DHA positief werd geassocieerd met “snelle frequentie”-hersenactiveit. Ook EPA (het andere belangrijke onderdeel van omega-3 vetzuren) werd in verband gebracht met de hersenactiviteit (het geheugen). De onderzoekers concluderen dan ook dat “Results support differential associations for DHA and EPA with fast and slow EEG activity respectively. Results support EEG activity as an objective biomarker of neural function associated with long-chain omega-3 fatty acids in ADHD.”
Toch zijn de onderzoekers het er nog steeds niet eens over de invloed van omega-3 vetzuren op ADHD, omdat er dikwijls tegenstrijdige resultaten uit onderzoeken naar voren komen. Zo concluderen onderzoekers van de University of Wollongong (Australië) bijvoorbeeld dat er geen significante correlatie te vinden is tussen de inname van omega-3 vetzuren en ADHD: “No significant correlations were found between fatty acids and ADHD symptoms.” Het lastige van ADHD is ook de 'onmeetbaarheid' van de aandoening aan de hersenen. De hierboven genoemde studie met betrekking tot de EEG-scans (waarop de hersenactiviteit gemeten wordt) is daarom uniek in zijn soort.
Onderzoekers van de University of South Australia komen tot de conlusie dat er nog een lange weg te gaan is voordat er definitief een relatie is gelegd tussen de ‘mentale gezondheid’ en in de inname van meervoudige onverzadigde vetzuren ook wel PUFA (polyunsaturated fatty acids): “Further studies assessing PUFA levels and mental status with greater uniformity are required in order to clarify the relationship between LC n-3 PUFA status and mental health”.
Voor meer of verdiepende informatie kunt u de hier onderstaande bronnen raadplegen.
Bronnen:
Milte, C.M., Sinn, N. & Howe P.R. (2009) Polyunsaturated fatty acid status in attention deficit hyperactivity disorder, depression, and Alzheimer's disease: towards an omega-3 index for mental health?, Nutrition Reviews, 2009 Oct;67(10):573-90.
Ng, K.H., Meyer, B.J., Reece, L. & Sinn N. (2009) Dietary PUFA intakes in children with attention-deficit/hyperactivity disorder symptoms, British Journal of Nutrition, 2009 Jul 27:1-7.
Schuchardt, J.P., Huss, M., Stauss-Grabo, M. & Hahn A. (2009) Significance of long-chain polyunsaturated fatty acids (PUFAs) for the development and behaviour of children, European Journal of Pediatrics, 2009 Aug 12.
Sumich, A., Matsudaira, T., Gow, R.V., Ibrahimovic, A., Ghebremeskel, K., Crawford, M. & Taylor E. (2009) Resting state electroencephalographic correlates with red cell long-chain fatty acids, memory performance and age in adolescent boys with attention deficit hyperactivity disorder, Neuropharmacology, 2009 Dec;57(7-8):708-14.
Visolie en dementie/alzheimer
Er kwam wereldwijde aandacht voor omega-3 vetzuren toen de twee Deense wetenschappers Bang en Dyerberg in de jaren '70 ontdekten dat de Groenlandse Eskimo's (ookwel Inuit genaamd) een veel lager percentage hart- en vaatziekten kennen dan de Deense populatie.
Het merkwaardige aan deze constatering betreft het feit dat beide bevolkingsgroepen een evenhoog vet gehalte in hun dagelijkse voedsel naar binnen krijgen. Het verschil zat hem echter in het soort vet dat werd ingenomen. Het dieet van de Inuit
betreft een hoog vetpercentage afkomstig van vis en zeevoedsel (ookwel omega-3 vetzuren), terwijl het dieet van de Deense populatie voornamelijk een hoog percentage omega-6 vetzuren betreft! Sindsdien is er zeer veel onderzoek gedaan naar omega-3 vetzuren, en haar beide
bestandsdelen EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur).
Inmiddels is duidelijk dat omega-3 vetzuren niet alleen een goede bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten, maar tegen een veelheid aan gedrags- en gezondheidsproblemen. Tekorten aan EPA zijn onder meer in verband gebracht met depressie, schizofrenie, ADHD en autisme. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoekingen van de celmembranen van het zenuwstelsel van mensen met schizofrenie dat de gehalten omega-3- en 6-vetzuren verlaagd zijn. Het andere bestanddeel van omega-3 vetzuren (DHA) vervult naast hormonale functies in het lichaam ook een grote rol in de hersenen. Ook is DHA een belangrijk bestanddeel van het netvlies (dus is het regelmatig binnenkrijgen van deze stof belangrijk om goed te kunnen zien). Toch is ook hier een grote mate van voorzichtigheid geboden aangezien sommige mensen de heilzame werking van omega-3 vetzuren overdrijven of aandikken. Ook de Vereniging tegen de Kwakzalverij staat sceptisch tegenover de heilzame werking van visolie, zeker nu veel visolieproducenten hun preparaten mengen met omega-6 vetzuren (waarvan we al meer dan genoeg binnen krijgen in ons dagelijks dieet).
In 1996 is er een onderzoek uitgevoerd door Carasso, Mostofsky & Yehuda naar het effect van omega-3 vetzuren op mensen met Alzheimer. Voorafgaand aan dit onderzoek hadden deze wetenschappers de werking van omega-3 en omega-6 vetzuren getest op ratten. Hieruit bleek dat er verbeteringen optraden in het lerend vermogen, de regulatie van de lichaamswarmte, en het herstel en verweer van gifstoffen in de hersenen. Deze positieve effecten traden op door veranderingen in de celmembranen van het zenuwstelsel. De wetenschappers waren zo onder de indruk van deze resultaten dat zij een dubbelblind onderzoek (een onderzoek waarbij noch de patiënt, noch de behandelende arts weten of de patiënt het actieve geneesmiddel of een placebo krijgt toegediend) uitvoerden met 100 Alzheimer patiënten, waarvan 60 patiënten een omega-3 / omega-6 preparaat toegediend kregen, en 40 patiënten een placebo ontvingen. De resultaten toonden aan dat er een significante verbetering optrad in de stemming, de medewerking, de eetlust, de bekwaamheid om in huis te navigeren en het kortetermijngeheugen van de patiënten. Totale verbetering werd gerapporteerd voor 49 patiënten, en in geen enkel geval was er sprake van verslechtering. De wetenschappers relativeren hun uitkomst door te stellen dat: "While not uniform or permanent, and while no mode of action for SR-3 can be precisely identified at this time, the promising results in quality of life for the patient and caregiver warrant further clinical trials and continued basic research into the neuropsychological substrate of the disease and its response to SR-3." (Carosso et al., 1996).
Bronnen:
Burdge G., Wootton S.A. (2002) Conversion of alpha-linolenic acid to eicosapentaenoic, docosapentaenoic and docosahexaenoic acids in young women, British Journal of Nutrition, 2002 Oct;88(4):411-20.
Burdge G., Williams C.M. (2006) Long-chain n-3 PUFA: plant v. marine sources, Proceedings of the Nutrition Society , 2006 Feb;65(1):42-50.
Carasso R.L., Mostofsky D.I., Rabinovtz S., Yehuda S. (1996) Essential fatty acids preparation (SR-3) improves Alzheimer's patients quality of life, International Journal of Neuroscience, 1996 Nov;87(3-4):141-9.
Visolie en astma
Er kwam wereldwijde aandacht voor omega-3 vetzuren toen de twee Deense wetenschappers Bang en Dyerberg in de jaren '70 ontdekten dat de Groenlandse Eskimo's (ookwel Inuit genaamd) een veel lager percentage hart- en vaatziekten kennen dan de Deense populatie.
Het merkwaardige aan deze constatering betreft het feit dat beide bevolkingsgroepen een evenhoog vet gehalte in hun dagelijkse voedsel naar binnen krijgen. Het verschil zat hem echter in het soort vet dat werd ingenomen. Het dieet van de Inuit
betreft een hoog vetpercentage afkomstig van vis en zeevoedsel (ookwel omega-3 vetzuren), terwijl het dieet van de Deense populatie voornamelijk een hoog percentage omega-6 vetzuren betreft! Sindsdien is er zeer veel onderzoek gedaan naar omega-3 vetzuren, en haar beide
bestandsdelen EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur).
Inmiddels is duidelijk dat omega-3 vetzuren niet alleen een goede bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten, maar tegen een veelheid aan gedrags- en gezondheidsproblemen. Klinisch onderzoek in Japan toont aan dat omega-3 vetzuren mogelijk de chronische ontsteking van de bronchiën (het belangrijkste symptoom van astma) kan verminderen. Daarnaast toont het onderzoek aan dat omega-3 vetzuren de longfunctie van patiënten met astma significant kan verbeteren. Omega-6 vetzuren hebben echter het tegenovergestelde effect: zij zijn geneigd om de ontsteking te doen verergeren. In een kleinschalig dubbelblind onderzoek werden 29 kinderen met astma voor 10 maanden lang gevolgd. De patiënten die de visolie supplementen (verrijkt met EPA en DHA) innamen toonden verbeteringen in hun symptomen, terwijl de placebo-groep geen verandering doormaakte.
In een onderzoek van Broughton, Johnson, Pace, Liebman & Kleppinger uit 1997 wordt de conclusie getrokken dat: “Asthma may respond to dietary modification, thereby reducing the need for pharmacologic agents”. Astma reageert op diëtaire aanpassingen, aldus dit onderzoek. De voeding speelt dus een belangrijke rol bij astma. Aanvullend onderzoek is hier gewenst.
Voor meer of verdiepende informatie kunt u de hier onderstaande bronnen raadplegen. Wilt u reageren op dit artikel? Voeg dan een reactie toe onderaan de pagina.
Bronnen:
Broughton, K.S., Johnson, C.s., Place, B.K., Liebman, M. & Kleppinger, K.M. (1997) Reduced asthma symptoms with n-3 fatty acid ingestion are related to 5-series leukotriene production, American Journal of Clinical Nutrition, 65(4): 1011-7.
Dry, J., Vincent, D. (1991) Effect of a Fish Oil Diet on Asthma: Results of a 1-Year Double-Blind Study, International Archives of Allergy and Immunology, 95: 156-157.
Nagakura, T., Matsuda, S., Shichijyo, K., Sugimoto, H. & Hata, K. (2000) Dietary supplementation with fish oil rich in omega-3 polyunsaturated fatty acids in children with bronchial asthma, European Respiratory Journal, 16: 861-865.
Okamoto, M. Misunobu, F., Ashida, K., et al.(2000) Effects of dietary supplementation with n-3 fatty acids compared with n-6 fatty acids on bronchial asthma, Int Med., 36(2): 107-111.